De schaker en de politicus
Judith Polgar is gevraagd om president te worden van Hongarije. Zij is niet zomaar een vrouwelijke politicus, nee, zij is zelfs helemaal geen politicus, maar de beste vrouwelijke schaker die de wereld tot nog toe heeft gekend. Zij is de enige vrouw die langere tijd in de top tien van de wereld heeft gestaan en die zelfs wereldkampioen Kasparov heeft weten te verslaan!
Zij heeft de uitnodiging niet aangenomen met de woorden: “Ik heb niet het gevoel dat ik de kracht heb om de historische verantwoordelijkheid op me te nemen om een verdeeld land te verenigen. Daarom kan ik de uitnodiging niet aannemen”. Hoe jammer! Maar ik begrijp het wel, want de verschillen tussen een schaker en een politicus zijn immens groot. Ik geef u er een paar:
In de allereerste plaats zijn schakers meesters in het vooruit denken. Er is geen eenvoudige clubspeler te vinden die niet nadenkt over de consequenties van op zijn minst één zet. Als we in Nederland een schaker aan het hoofd van de regering hadden gehad (ik had Max Euwe in gedachten en daarna Jan Timman en nu Giri), zou het stroomnet niet overbelast zijn, zou de woningmarkt niet ‘af’ zijn, maar volop in ontwikkeling, zouden de problemen in de landbouw en veeteelt allang zijn opgelost, zou het rapport van Rome uit 1972, waarin alle klimaat en milieuproblemen werden voorspeld, serieus zijn genomen, zouden fossiele brandstoffen al lang niet meer voor onze energie hoeven te zorgen, zou er al lang een verbod zijn op neofascistische organisaties zoals PVV en FVD, zou de welvaart eerlijker over de wereld zijn verdeeld en ga zo nog maar even door. Vooruitdenken zit in het DNA van een schaker, maar is bij een politicus vaak niet aanwezig. De politicus is meestal niet geïnteresseerd in de toekomst, maar in het tevreden houden van zijn achterban, zodat hij kan blijven zitten waar hij zit, ook al heeft zijn achterban ideeën die heel slecht zijn voor het land.
In de tweede plaats zijn schakers correcte mensen die elkaar voorafgaande aan een schaakpartij netjes begroeten en de hand schudden en die na afloop van de partij, ongeacht de uitslag, opnieuw de hand schudden. Dit in tegenstelling tot de politicus, die meer het gedrag vertoont van een Argentijnse voetballer na een wedstrijd, ongeacht de uitslag.
Schakers zijn ook heel goed in het herkennen van patronen, waardoor ze de in het verleden gespeelde partijen beter begrijpen en kunnen onthouden. Politici hebben een zeer slecht geheugen, waardoor ze vaak vandaag iets beloven wat gisteren juist werd afgekeurd. En ze leren over het algemeen maar bitter weinig van het verleden. Dat een genocide ontstaat door problemen af te schuiven op een bepaalde bevolkingsgroep, is een patroon dat door veel politici niet wordt herkend.
Tenslotte beschikken schakers over een goed concentratievermogen, waardoor ze zich urenlang kunnen vastbijten in een schaakpartij, wat de kwaliteit van de partij natuurlijk ten goede komt.
Politici daarentegen hebben een aandachtsscope van een eendagsvlieg met ADHD.
Dus ik begrijp de beslissing van Judith Polgar wel. Ze zou zich moeten bewegen in een omgeving die diametraal staat op haar vaardigheden. Het is natuurlijk buitengewoon vermoeiend om voortdurend aan onbenullen uit te moeten leggen hoe het anders en beter moet en kan. Maar jammer is het wel, want hoeveel beter af zou de wereld zijn als we president Trump zouden vervangen door grootmeester Caruana met als zijn assistent Nakamura (of andersom, maakt hen waarschijnlijk niet veel uit), als we Poetin zouden vervangen door Kasparov, als we in Iran de macht overdragen aan grootmeester Firouzja, als in Israel Gelfland het voor het zeggen krijgt en in Nederland grootmeester Giri. Ach, laat mij toch ook eens groots dromen!