Vooroordeel

Als ik naast je kom zitten
schuif je weg naar het raam
om naar buiten te blikken
je maakt dat ik me schaam

Hoor ik hier soms niet te zijn
ik heb je nog nooit ontmoet
is dit soms jouw privétrein
ben je bang dat ik je groet

Is het soms mijn huidskleur
ben ik misschien iets te dik
ligt het aan mijn lichaamsgeur
of denk je: die is niet goed snik

Is m’n rode jas te fel
bevalt mijn grijze haar je niet
nee, ik ben geen fotomodel
ik weet dat je me niet ziet

We lijken niet op elkaar
ik heb je nog nooit ontmoet
maar dan zeg je plots: ziedaar
en wijst naar een zwanenpaar