Veritas vos liberabit
Ⅰ
Er is heel wat gaande in Waalst. Ik zou er zo graag over berichten, maar kan ik wel uit de school klappen, of kom ik in conflict met mijn beroepsgeheim? . Het is zo geheimzinnig allemaal. Is er sprake van een bende, een revolte of zelfs van burgerlijke ongehoorzaamheid? Als je het naadje van de kous niet weet, is het beter voorzichtig te zijn met je uitspraken.
Je zou het ook niet verwachten…… in Waalst, bedoel ik. Het is misschien wel het oudste dorpje van het land en piepklein. Het heeft niet meer dan 104 huizen die voornamelijk langs de Dorpsweg staan die een verlengstuk is van de enige verbinding met de buitenwereld: de Provinciaalse Weg. Twee straten kruisen die Dorpsweg: de Stadhuisstraat en de Kerkstraat. Deze benamingen stammen uit een tijd dat Waalst nog een belangrijke rol speelde in het handelsverkeer van oost naar west . Het stadhuis is in 1891 afgebroken en de kerk – die aan het grootste plein staat dat Waalst rijk is, het Kerkplein – heeft zijn toren verloren bij de grote storm van 1923 en heeft het voorkomen van een enorme vervallen boerenschuur, waar nochthans elke zondag een kleine 200 gelovigen samenkomen. In zo’n omgeving verwacht je niet iets belangwekkends.
En aan het einde van de Stadhuisstraat heb je nog het Schoolplein, maar dat is niet meer dan grasveldje. Er is geen spoor meer te vinden van de voormalige gereformeerde school.
Moderne schrijvers halen hun neus op voor een plek als dit. Zij situeren hun verhalen liever in grote steden als Amsterdam, New York, London en Berlijn. Daar vindt het echte leven plaats, daar gebeurt iets wat de moeite van het vertellen waard is. Ze schrijven over verleiding, melancholie, dood, haast, vluchtige sex, anonimiteit, decadentie of verveling. Hun hoofdrolspelers wonen in dure penthouses, torenflats,buitenwijken of grachtenpanden. Maar als ze zouden weten wat er speelt in Waalst, als ze de inwoners zouden kennen, piepten ze wel anders.
Ik ken de Waalstenaren als geen ander. En ik ken ze allemaal, alle 248 inwoners, niet één uitgezonderd. Dat is te zeggen: de burgemeester ken ik niet, die woont niet in Waalst, want
Waalst is te klein voor een eigen burgervader en valt onder de gemeente Achtelen.
Ik ken alle inwoners, omdat ik al zo’n 10 jaar huisarts ben in dit tot voor kort zo lieflijk en onschuldig dorpje. Op een handvol Waalstenaren na heb ik iedereen wel eens in de spreekkamer gehad en die paar die maar weigeren bij me langs te komen, ken ik van het buurthuis waar op zon en feestdagen wordt geborreld, gebiljart, geklaverjast, gebingood, gedanst, gespijkerpoept, gesnacked, geroddeld en sinds kort: geschaakt. En juist die laatste activiteit zorgt de laatste tijd voor grote onrust.
Ⅱ
Op een zondagochtend in 2022, om 11.30 uur, stond Jasper Breed met zijn schaakbord onder zijn arm, de stukken zaten in een katoenen zakje dat aan zijn broeksriem was bevestigd, voor de kerk te wachten op Karel van Wie, over wiens afkomst onzekerheid bestond, maar dat terzijde. Jasper is van origine geen Waalstenaar, want hij is hier 2 jaar geleden komen wonen, nadat hij in Amsterdam was afgestuurd in de Informatica. De Waalstenaren vroegen zich af van welke uitkering hij leefde, maar zij konden niet weten dat Jasper elke dag thuis werkte aan grote projecten voor de Universiteit van Eindhoven. Hij is één keer bij mij op het spreekuur geweest omdat hij zijn rug verdraaid had bij het oprapen van een dame die onder zijn tafel was gerold.
Toen de kerkdeuren eindelijk open gingen, stormde Karel, een gezonde knaap van 25 jaar, recht op de even oude Jasper af en riep vrolijk
– Kom, we gaan lekker matten-
– Hoho, eerst nog even openen- lachte Jasper – en wat dacht je van een middenspel, vriend? –
– Ach ja, natuurlijk, ik was het eindspel ook helemaal vergeten – schaterde Karel en gaf Jasper een vriendschappelijk klapje op de schouder. Vrolijk kwetterend liepen beide jongemannen naar de woning van Jasper in de Stadhuisstraat, nummer 15, een van de laatste woningen in de tamelijk korte straat.
Dominee Verwijs, die bij de kerkdeur iedereen uitgeleide deed met een vroom knikje, zag met lede ogen hoe de twee zo vriendschappelijke en blijmoedige vrienden Jasper en Karel uit zijn zicht verdwenen. Jasper was een van de weinige Waalstenaren die niet naar zijn dienst kwam en hij had publiekelijk beweerd niet te willen geloven, maar alleen zeker te willen weten.
– Als ik geloof dat mijn dame op c5 veilig staat, maar ik weet het niet zeker, loop ik het risico haar kwijt te raken. En wie wil dat risico nou lopen met zijn dame – zei hij nog geen jaar geleden in het buurthuis tegen boer Van Waarst, die hem aansprak op zijn afwezigheid tijdens de kerkdiensten, maar geen weerwoord had tegen deze bewering. Jasper legde op die dag in 2022 zijn schaakbord demonstratief op de tafel en daarmee de basis voor een groots conflict in de Waalster samenleving. Hij glimlachte er ook nog uitdagend bij en het had weinig gescheeld of de oude Van Waarst was hem aangevlogen. Het was maar goed dat boer Rustenburg hem tegenhield met de woorden:
– Ach, laat die jongen toch, hij weet niet beter- onderwijl de arm van Van Waarst vastgrijpend om erger te voorkomen. Dat was een heus opstootje in het buurthuis en binnen de kortste keren wist iedereen van het gebeuren, dominee Verwijs incluis.
Karel Vervoort, die ooggetuige was van dit cruciale incident dat Waalst voorgoed zou veranderen, keek zeer geïnteresseerd naar dat bord met de 32 witte en 32 zwarte velden, greep een stoel en ging tegenover Jasper zitten. Er ontspon zich een levendig gesprek tussen de twee jongelingen.
– Leg eens uit, wat is dat? – vroeg Karel, die zijn hele leven in Waalst had doorgebracht en nauwelijks in aanraking was geweest met het buitenwaalste leven, internet incluis.
– Een schaakbord, Karel, en daarop kan je een geweldig spel spelen. Kijk, en dit zijn de stukken –
Jasper haalde de stukken uit het katoenen zakje en begon Karel omstandig de regels van het spel uit te leggen. En een innige vriendschap was het gevolg. Vanaf dit moment zochten zij elkaar bijna dagelijks op om samen het schaakspel te spelen, of om samen beroemde partijen uit het verleden na te spelen, of soms om gewoon gezellig een beetje te filosoferen over het leven en de dood, over alles eigenlijk, zoals schakers plegen te doen. En na twee weken verscheen ook Karel niet meer in de kerk omdat ook hij niet langer wilde geloven dat zijn Dame op c5 veilig stond, maar het zeker wilde weten, waardoor hij besloot verder door te denken dan zijn bijbel dik was.
Enige weken later sloot de 22-jarige Robert Maat zich bij Jasper en Karel aan en gedrieën vermaakten zij zich met het schaakspel in het buurthuis of bij een van hen thuis. Zij straalden zoveel vrolijkheid uit, dat het niet verbazingwekkend was dat nog voor het einde van 2022 nog 12 jonge mensen, waaronder 1 dame, zich aansloten bij het groepje schakers van Jasper en tot grote ontsteltenis van dominee Verwijst en enkele van zijn fanatieke volgers, richtten zij met z’n vijftienen op 12 december 2022 de Waalster schaakclub ‘Veritas’ op.
Jasper Veld, Karel Vervoort en Robert Maat vormden gezamenlijk het zeer actieve bestuur van Veritas. Al gauw organiseerden ze een echte competitie in het buurthuis, dat sindsdien elke disdagavond het strijdtoneel vormde voor een groeiende schare denkers op de 64 velden. Steeds meer mensen die de bingo, het spijkerpoepen en roddelen zat waren, sloten zich bij Veritas aan en al gauw werd het enige vrouwelijke lid, Marloes van Boven, opgenomen in het bestuur om zo de grote doelgroep van dames te kunnen bereiken. Het hielp natuurlijk dat Marloes verreweg de sterkste schaker was van het hele stel. Zij maakte zelfs buiten Waalst furore met haar creatieve aanvalsspel en won menig toernooi, wat niet ontsnapte aan de aandacht van de Waalster dames. In de winter van 2023 groeide het vrouwelijke ledenbestand dan ook spectaculair met maar liefst 36 dames. Maar ook het mannelijk aandeel steeg flink, waardoor het totale ledenbestand in mei 2023 het ongelovelijke aantal van honderdenéén had bereikt, reden voor een groots feest in het buurthuis.
Ⅲ
Niet alle Waalstenaren waren gelukkig met dit nieuwe fenomeen in het tot voor kort zo rustige en voorspelbare dorp, want het aantal kerkgangers daalde evenredig met het stijgende aantal schakers. Dominee Verwijs waarschuwde elke zondag in zijn preek dat schaken een doodzonde was en dat men op dinsdagavond uit het buurthuis weg moest blijven, wilde men verzekerd blijven van een plaatsje in het hiernamaals. Maar van de 200 gelovigen waren er inmiddels nog maar 98 over, want wie schaakte, geloofde niet. En zelfs mevrouw Bosman, die niet schaakte maar op dinsdagavond genoot van de olijke sfeer in het buurthuis, keerde de kerk de rug toe.
– Die saaie Verwijs moet eens ophouden met zijn eeuwige gepreek over de zonde en de leegheid van het bestaan zonder God. Iedere week hetzelfde verhaaltje, terwijl in het buurthuis op dinsdagavond elke minuut wat nieuws is te horen en elke partij is anders, ze spelen nooit dezelfde zetten! Hij zou eens met zijn tijd mee moeten gaan en ook wat losser in de heupen moeten worden- zei mevrouw Bosman, die gek was op dansen en het geloof niet zo serieus nam, tegen buurvrouw An Goest, die lang stilletjes verliefd was geweest op dominee Verwijs, maar na deze woorden van mevrouw Bosman prompt het besluit nam niet langer naar de kerkdienst te gaan, waarmee er nog maar 97 kerkleden over waren. Ondanks de oproep van de dominee bleven de gelovigen naar het buurthuis komen omdat ze hun geliefde borrel, snacks en spelletjes niet wilden missen en ook om de schakers te berispen en te vervloeken en zo werd het buurthuis steeds vaker een bron van conflicten.
Dominee Verwijs besprak de situatie met Tilly, zijn trouwe echtgenote en uitte tegen haar zijn grote zorgen omtrent het voortbestaan van een eigen kerk in Waalst en de dreiging dat zijn salaris door de PKN (Protestantse Kerk Nederland) zou worden gekort, omdat een fulltime salaris voor zo’n kleine kerkgemeenschap niet langer te rechtvaardigen viel. De PKN had hem al een brief gestuurd met deze strekking en hem nog 2 maanden de tijd gegeven om de trend te keren.
– Dan gaan we toch lekker ergens anders naar toe? Ik ben dit rotdorp met al die stomme boeren toch allang zat – was de rechttoe rechtaan reactie van Tilly, die al jarenlang in de provinciale hoofdstad haar eigen lingeriezaak uitbaatte.
– Maar Tilly toch, dat kan toch niet! Er zijn steeds minder kerkgemeentes en steeds meer werkloze dominees, waar denk je dat ik ooit nog een betrekking als dominee kan krijgen? –
– Dan stop je toch gewoon, ik verdien zat met mijn lingerie, helemaal nu ik ook online verkoop en dan kopen we ergens een huisje in de stad. Ik vind dat schaken trouwens ook veel interessanter dan jouw geloofsbrieven. Spreek je uit namens jezelf en niet langer uit naam van Iemand die je niet kent! Wil je dat ik je Dame blijf op c5, zoals Jasper’s dame? – grapte ze er achteraan met een olijke knipoog. Want in heel Waalst was het begrip ‘Dame op c5’ algemeen bekend, ook bij de overgebleven gelovigen.
Na deze woorden van Tilly, trok dominee Verwijs wit weg van woede.
– Jij en schaken? Je weet niet eens hoe een loper er uit ziet of een paard, laat staan dat je het verschil kent tussen die twee! –
– Dat weet jij helemaal niet! Je hebt nooit enige interesse gehad in mijn bezigheden! En vanavond kom ik pas tegen twaalven thuis! – schreeuwde Tilly en trok met een luide klap de deur achter zich dicht.
Dominee Verwijs besefte dat hij te ver was gegaan, helemaal toen hij bedacht dat het vandaag dinsdag was. Hij liet zich zakken in zijn luie stoel en begon te piekeren. In godsnaam, hoe moest hij het tij toch keren? Omdat hij heus wel wist dat God hem hiermee niet zou helpen, hij had immers nooit enig antwoord van Hem gehad, besloot hij zich te wenden tot zijn goede vriend Jaap van der Bi, priester te Emmelen.
– Luister Anton – want zo heette dominee Verwijs van voren, – je moet nu echt een tegenoffensief starten voor het te laat is. We zijn natuurlijk concurrenten van elkaar, maar in feite verkopen we beiden hetzelfde product, alleen onze marketingstrategie is fundamenteel verschillend. En nu worden we beiden geconfronteerd met een schaaktrend, niet alleen in Waalst, maar over de hele wereld. Er woedt een heidense schaakbrand. In Hongarije wilde men zelfs al een vrouwelijk grootmeester tot president benoemen! Godzijdank heeft ze dat geweigerd. –
– Dat kan je nou wel zeggen, Jaap, maar een tegenoffensief is wel een beetje vaag. Wat vind je dat ik concreet moet doen? –
– Allereerst moet je dat vrouwmens van je de deur wijzen. Weg uit Waalst met dat onmens, dat scheelt al een slok op een borrel. Wil je trouwens een wijntje, ik heb een hele goede fles Pinot Noir staan?-
Na het inschenken van de glazen, vervolgde priester Jaap:
– Je moet een dreiging verzinnen, want schakers houden niet van dreigingen. Bedenk iets heel ingrijpends, een dodelijk virus, een onbekende griepepidemie, een oorlogsdreiging, desnoods zwaai je met het Laatste Oordeel, maar doe iets voor het te laat is! En ik doe met je mee! –
Onder het genot van de Pinot Noir bezonnen de twee mannen zich tot laat in de avond op allerlei mogelijkheden, indachtig het gezegde ‘ In vino veritas’ en omdat Tilly toch pas heel laat thuis zou komen, besloot Anton om maar te overnachten in Emmelen, terwijl hij dondersgoed wist dat de duivel slaapt tussen twee geloven op één kussen.
De volgende ochtend kwam Verwijs nog een beetje gammel van de wijn de Kerkstraat inlopen en zag al van ver dat de felrode auto van Tilly vlak voor de deur van hun huis stond met de achterklep omhoog. Hij zag haar met kordate stappen heen en weer van het huis naar de auto lopen met haar armen vol huisraad. Verwijs voelde wel aan dat dit niet pluis was en eenmaal bij hun woning aangekomen vroeg hij poeslief:
– Maar meisje toch, wat doe je allemaal? –
– Noem me geen meisje, Anton! En je ziet en begrijpt heus wel wat ik aan het doen ben. Ik ga weg, Anton! Al jaren geleden heb ik het hele pand boven mijn zaak gekocht en verhuurd aan alleraardigste mensen, maar ik heb een appartementje voor mezelf vrij gehouden, voor noodgevallen zoals dit. Want waar was je vannacht, Anton? Eerst ruzie maken met me en vervolgens de hele nacht wegblijven. Dat kan toch geen toeval zijn, he? Bovendien heb ik gisteravond gesproken met onze huisarts en die heeft me het een en ander voorspeld, dus ik neem de vlucht naar voren, ik vertrek. Geef mij die beautycase eens aan. –
Overdonderd en verbrouwereerd keek dominee Verwijs toe hoe zijn Tilly met haar bordeauxrode stationwagen de kerkstraat uitreed. De situatie overdenkend kwam hij tot de conclusie dat er tenminste één probleem was opgelost: Tilly was weg. Maar hij vroeg zich wel af wat de huisarts tegen haar had gezegd en wat er nu van hem moest worden als het plan om de mensen weer in de moederschoot van de kerk terug te geleiden, zou mislukken. Hij zou immers zijn baan en zijn huis hier in de Kerkstraat kwijt kunnen raken. Een auto had hij ook al niet meer en met hangende schouders ging hij naar binnen om vast te stellen dat op wat meubels na het hele huis leeg was. Hij zag nog net hoe mevrouw Bosman aan de overkant van de straat wegdook achter de gordijnen.
Ⅳ
Op de dinsdagavond voorafgaand aan deze dramatische ontwikkeling besloot ik om ook maar weer eens een bezoek te brengen aan het buurthuis dat inmiddels meer het clubgebouw van de schaakvereniging was geworden, want er werd nu bijna elke avond wel geschaakt. Het spel was zelfs doorgedrongen in mijn spreekkamer, want vrijwel elke patient bracht het te berde in ons gesprek. Zo vroeg de oude Van Waarst die Jasper bijna had aangevallen, of schaken werkelijk dementie kon voorkomen en boer Rustenburg of ik net zo zeker was van mijn diagnose dat hij een koutje had opgelopen als van de veiligheid van de dame op c5.
Hoewel het erg stil was in het buurthuis, was het een gezellige boel. Overal zaten mensen tegenover elkaar, gebogen over een schaakstelling, zacht fluisterend onder het genot van een drankje. Ik nam plaats helemaal achteraan in een donker hoekje met vóór mij alleen een klein bijzettafeltje, te klein voor een schaakbord in het geval dat iemand zich geroepen voelde mij uit te dagen op de 64 velden. Ik wilde alleen van een afstandje mijn dorpsgenoten bestuderen en even genieten van het vredige en vrolijke schouwspel. Ik zag Jasper, Karel, Robert en Tilly die simultaan schaakten tegen Marloes. Alle andere aanwezigen kende ik ook van mijn spreekkamer en ik heb ze allemaal van hun pijntjes en probleempjes af kunnen helpen, maar vanwege mijn beroepsgeheim kan ik daar niet verder over uitweiden.
Het duurde niet lang of er kwam vanuit het licht iemand op me af gelopen. Het was Tilly, die ik vorig jaar nog heb doorverwezen voor een abortus, niet omdat ze geen kinderen wilde, maar omdat dit kind niet van Verwijs kon zijn volgens haar en omdat dit voor dit verhaal van belang is, valt zij buiten mijn beroepsgeheim.
– Zo Til, toch niet weer misselijk he? – vroeg ik olijk knipogend.
– Nee dok, maar mag ik even bij u komen zitten, want ik heb iets te bespreken. –
Ik wees haar de stoel naast mij en ze ging vermoeid zitten.
– Verdomme, net weer verloren van die vermaledijde Marloes. Zij is gewoon te sterk voor ons. Ik maak één foutje door mijn pion naar h6 te spelen in plaats van de loper naar e7 en vijf zetten later verlies ik mijn paard. –
– Tja, wat valt er dan nog te bespreken? – zei ik vol mededogen.
– Nee, nee, dat is het niet. Ik heb een veel groter probleem, dok. Het is Anton, hij doet zo raar en onaardig de laatste tijd. Hij was al nooit erg aanhalig, maar hij heeft me nu al een half jaar helemaal niet aangeraakt. Hij ligt s’nachts maar te woelen en te woelen. Ik hoor hem praten in zijn slaap, maar ik kan het helaas niet goed verstaan. Ik dacht te horen dat hij het had over een dame en ook over de val van Jericho of zoiets, ik ben niet zo bijbelvast. Hij is natuurlijk bang voor zijn baantje, maar ik heb hem gezegd dat hij zich geen zorgen hoeft te maken, want ik verdien twee keer zoveel. Maar dat is zijn eer te na, denk ik. Ik weet echt niet meer wat ik met hem aan moet. Ik betrap mezelf er op dat ik erover denk bij hem weg te gaan, hoe zielig ik dat ook voor hem vind. Maar ik moet toch ook aan mezelf denken, dok? –
Het antwoord op deze vraag vereiste een zeer diplomatiek en zorgvuldig geformuleerd antwoord, dus ik zweeg enige tijd, onderwijl handen wrijvend en oogcontact vermijdend. Na zeker een volle minuut waarin Tilly mij strak bleef aankijken, richte ik mijn blik op haar en begon heel voorzichtig te spreken.
– Ik denk, Til, dat Anton niet alleen erg bang is voor zijn baan, maar ook last heeft van een midlife crisis. Hij weet niet goed wat hij met zijn leven aan moet, hij is bang in zijn geloof niet meer te kunnen vinden wat hij ervan verwacht, hij vreest het hiernamaals mis te lopen, hij vraagt zich af of hij niet ook moet leren schaken net als de anderen, kortom, hij is zoekende… –
– Zoekende, zoekende? Midlife crisis? En waar ben ik in dat hele verhaal? Wat zoekt ie dan, een ander misschien? –
– Til, ik vind het moeilijk om te zeggen, want ik weet dingen die jij niet weet en ook niet kan weten, maar als ik jou was, zou ik naar huis gaan, goed nadenken vannacht en een besluit nemen. Meer kan ik echt niet zeggen – , zei ik terwijl ik me uit mijn stoel overeind hees en aanstalten maakte om weg te lopen. Met grote schrikogen keek ze naar me op en hield me met haar hand op mijn arm nog even tegen en stamelde:
– O mijn god, u weet het he? U weet wat er gaat gebeuren he? – en ze sloeg haar handen voor haar gezicht.
– Sterkte! En tot ziens..- fluisterde ik haar toe en verliet het buurthuis. Terwijl ik nog even omkeek door de ruiten, zag ik aan de lichaamshouding van Tilly, strijdbaar en trots, dat ze haar besluit genomen had.
Ⅴ
Op woensdagmiddag na het plotselinge vertrek van Tilly, dat niet onopgemerkt was gebleven in Waalst, deed zich een merkwaardig fenomeen voor in ons kleine dorp: het was stil, muisstil in het anders zo levendige Waalst. Daarom viel het des te meer op dat een grote vrachtwagen parkeerde aan de achterzijde van de pastorie en daar een grote partij hout afleverde en een aantal rollen zwart katoen. We zagen Verwijs de afleverbon aftekenen en de chauffeur groeten, die op zijn beurt ter afscheid met zijn vinger aan zijn pet tikte.
Niet veel later arriveerde pastoor Jaap van der Bi en vanaf dat moment hoorden we een onafgebroken fanatiek timmeren in de tuin van de pastorie en door het raam van de pastorie kon je mevrouw Stof, de meest trouwe en fanatieke kerkgangster van heel Waalst, driftig met naald en draad bezig zien.
Op woensdagochtend was dominee Verwijs nog zonder afspraak bij mij langs geweest met een hulpvraag:
– Ik weet dat u nooit naar mijn dienst komt, maar als dokter zal het geloof u toch niet helemaal vreemd zijn, toch? –
– Nee hoor, dominee, ik ben zelfs op een Christelijke school geweest, maar geloven doe ik niet – antwoordde ik en er ontspon zich een levendige discussie over de functie, het doel en de waarachtigheid van het geloof, waarbij Verwijs steeds harder begon te spreken om mij te overtuigen van zijn gelijk.Toen hij zijn gelijk niet kreeg, begon hij op mijn gemoed te werken:
– Ik vraag u op de man af: waart er soms een besmettelijke ziekte rond in Waalst of is er sprake van een collectieve gekte? Hoe kan het dat één uitkeringstrekker uit Verwegistan met zijn schaakbord hier de gehele kerkgemeenschap komt verstoren? Die Jasper heeft notabene het laatste vrije huis afgepikt van al die jong Waalstenaren die hier ook willen wonen …. – en met een verontschuldigend gebaar pakte hij zijn telefoon die afging in zijn zak.
– Ja, klopt – sprak hij in het apparaat – ja, doe maar eenmeterzestig en de andere helft 80 centimeter en dat 100 keer, nee, doe maar 200. Ja, stevig hout hoor, het moet tegen een stootje kunnen. En vergeet niet de 150 meter zwart katoen he? Nee, die goedkope, graag nog voor vrijdag leveren, want het is nog een hele klus! Ja, tot woensdag dan. – en Verwijs stopte zijn telefoon weer weg in zijn colbertjasje.
– Waar was ik gebleven? Oh ja, en wat heeft u Tilly gisteravond verteld zodat zij mij zojuist hals over kop heeft verlaten?-
– Ik ben bang dat ik niet veel voor kan doen, dominee. U bent niet ziek, maar wel een beetje in de war. En in antwoord op uw vraag: ik ben behalve arts ook schrijver en die kijkt altijd vooruit, dit in tegenstelling tot politici. –
Om mij kostbare tijd te besparen, stond ik snel op en reikte hem ter afscheid de hand.
Die woensdagavond ging ik na het diner vanwege de gespannen sfeer die er heerste in ons dorp, opnieuw polshoogte nemen in het buurthuis. En deze keer was het niet zo rustig als de vorige avond. Overal stonden her en der groepjes Waalstenaren druk te praten en heftig te gesticuleren, het was een geroezemoes van jewelste. Het viel op dat er in de verschillende groepjes heel afwijkende emoties speelden. In het ene groepje stond men te lachen, in een ander groepje overheerste onbegrip en in weer een ander groepje speelde boosheid de boventoon. Om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen legde ik mijn oor te luisteren bij het groepje met Jasper, Karel, Robert en Marloes, het voltallige bestuur van Veritas:
– Het moet toch niet gekker worden, we moeten Tilly waarschuwen – zei Jasper glimlachend met een papier in zijn handen.
– Het lijkt wel een aanval op de rechtstaat – zei Karel ironisch, wijzend op eenzelfde soort papier.
Robert liet vol sarcasme weten dat ze de instanties moesten inschakelen:
– We hebben toch niet voor niets in Achtelen een burgermeester die de openbare orde moet bewaren! –
– Ik vind het zo grappig – grinnikte Marloes en vouwde een A4’tje op en stak het in haar achterzak.
Omdat ik hier niets wijzer van werd, ging ik bij het groepje met boer Rustenburg staan.
– Gaat hij nu niet te ver? – hoorde ik Rustenburg bezorgd vragen. Toen ze mijn aanwezigheid opmerkten, zwegen ze allemaal als het graf en verborgen een papier vlug achter hun rug.
Daarom liep ik een paar meter verder, waar ik stuitte op het groep van 6 mensen met Van Waarst, die Jasper ooit bijna had aangevallen:
– Verwijs heeft helemaal gelijk, we moeten actie nemen nu het nog niet te laat is. Dat idiote schaakspel is een bedreiging voor ons dorp. Staat er niet in Efeziërs 5:15-16: “Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als wijze mensen”?. En wat dacht je van Leviticus 18:22: “U mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw; dat is gruwelijk.” en we weten allemaal dat Jasper en Karel het met deze waarheid niet zo nauw nemen! – bepleitte Van Waarst vurig. Dit wordt volmondig en luidruchtig ondersteund door de anderen en ze hielden allemaal demonstratief een brief omhoog, waarbij een enkeling er met de rug van de andere hand op sloeg om te bekrachtigen dat dit het enige antwoord was op alle gevaren die Waalst bedreigden.
– Mag ik dat ook eens lezen? – vroeg ik beleefd, wijzend op het epistel dat ze zo belangrijk vonden.
– Nou dok, het zou heel goed zijn als u dit ook eens las. Het is een schande dat iemand die zo belangrijk is in onze gemeenschap, nooit te vinden is in ons godshuis! Hier, u mag het houden – zei Van Waarst driftig en overhandigde mij het bericht. Ik bedankte hem vriendelijk en keerde hen de rug toe om een rustig plaatsje te zoeken om te kunnen lezen waar iedereen zo opgewonden over was. Eenmaal gezeten zette ik mijn bril op en constateerde dat de brief in vet gedrukte letters was geschreven:
Beste geloofsgenoten,
Waalst is in groot gevaar! En daarmee ook de inwoners! Want wij worden overspoeld door bedreigingen van buitenaf. Een nieuwkomer heeft bijna de ganse dorpsgemeenschap geïnfecteerd met zijn zondige spel en levenshouding. Dit kan God niet langer accepteren! Daarom heeft Hij mij opdracht gegeven u allen te behoeden voor het plan van de duivel!
Als het leven na de dood u lief is, kom dan zondag naar ons godshuis en ontvang van Hem het kruis en de zwarte cape. We zullen hiermee gezamenlijk de strijd aangaan met het kwaad dat momenteel plaats vindt in het buurthuis en in Stadhuisstraat 15. We zullen ons dorp bevrijden van de duivel, gelijk Mozes ooit de muren van Jericho liet instorten en de stad veroverde op de heidenen.
Zondag na de preek gaan wij met ons allen met de krachtige kruizen en gekleed in onze zwarte gewaden 7 maal rond het buurthuis en 7 maal rond Stadhuisstraat 15.
Als de duivel dan niet de vlucht heeft genomen, zullen we hem zelf ter verantwoording roepen en hem God’s straf doen toekomen.
Wie zondag niet in de kerk aanwezig is, zal door God en ons worden gezien als collaborateur en dezelfde straf ondergaan!
Weet waar u voor kiest!
Dominee Verwijs
Pastoor Jaap van der Bi
– Dat liegt er niet om hè? – zei Jasper, die inmiddels naast me was komen zitten.
– Wat moeten we doen? Zijn we echt in gevaar, denkt u? En waarom komt u op dinsdagavond nooit naar onze club, dok? We weten allemaal al lang dat u een uitstekend schaker bent en in uw studententijd zelfs clubkampioen bent geweest van Het Paard.-
– Als arts moet je onpartijdig blijven en in dit dorp kan dat niet als je schaakt. Maar ik sta natuurlijk sympathiek tegenover jullie zaak. En ik zou me niet al teveel zorgen maken om de toekomst. –
– Dat kan u makkelijk zeggen, u bent geen partij in deze. Waarop baseert u uw zorgeloosheid, dok? –
– Niet alleen schakers denken vooruit, Jasper, schrijvers ook! –
VI
Zaterdagavond kon Anton Verwijs de slaap maar niet vatten. Hij kon alleen maar piekeren over wat er de volgende dag zou gebeuren. Hij had een vurige preek voorbereid, de houten kruizen lagen hoog opgestapeld voor in de kerk, de zwarte gewaden met cape hingen aan het jassenrek aan de oostkant van de kerk, zijn vriend Jaap had beloofd aanwezig te zijn en zijn herderlijke brief was verspreid door heel Waalst, dus aan de voorbereiding zou het niet liggen. Maar het feit dat behalve Van Waarst en 5 andere kerkleden nog niemand had gereageerd op zijn brief, zat hem niet lekker. Zelfs An Goest, die anders nooit verlegen zat om een praatje, had zich al dagenlang niet laten zien en hij meende gezien te hebben dat mevrouw Bosman met haar vinger tegen het voorhoofd tikte toen ze voor zijn raam langs liep. Hij vond dit allemaal geen goede tekenen en het enige waar hij moed uit kon putten was uiteindelijk toch de bijbel. Want stond er niet in Jesaja 41:10: “Wees niet bevreesd, want Ik ben met u, wees niet verschrikt, want Ik ben uw God ”? En uiteindelijk viel Anton met deze gedachte in een rusteloze slaap.
De volgende ochtend stond Anton vroeg op om het hele plan nog eens grondig van minuut tot minuut door te nemen. Van zijn preek tot het uitdelen van de kruizen, het omhangen van de gewaden met cape en de statige rondgang om het buurthuis en Stadhuisstraat 15, probeerde hij puntsgewijs te visualiseren, maar ondanks Jesaja 41:10 was hij er niet gerust op. Bovendien kreeg hij een accute aanval van diarree, wat ook niet echt een goed teken was.
Gelukkig kwam de pastoor ruim voor aanvang van de kerkdienst bij hem langs om hem te helpen bij de uitvoering van hun duivelse plan. Anton las de preek nog eens hardop voor, terwijl Jaap hem af en toe onderbrak om een enkel woordje of zinsdeel te bespreken of te wijzigen:
– Wacht even, Anton. Je kan hier beter spreken over ‘een godsgericht’ in plaats van ‘een straf des hemels’, dat is wat sterker.. –
Licht geërgerd maakte Anton een aantekening in zijn preek en vervolgde zijn betoog en besloot uiteindelijk met het zeer krachtig uitgesproken:
– En zo zal het zijn!!!! –
Jaap applaudiseerde zo hard hij kon en riep opgewonden:
– Geweldig Jaap, zo is ie goed! We zullen ze krijgen! En nu op naar de kansel! –
Nadat Anton nog even een kort bezoek aan het toilet had gebracht, staken de twee godsdienaren de straat over naar de kerk en openden de staldeuren. Anton nam alvast plaats achter de katheder en Jaap bleef bij de ingang staan om te kijken of er al iemand aan kwam.
– Hoeveel Jaap? Hoeveel komen er aangelopen? Zeg het me..- vroeg Anton nerveus.
– Ik zie nog niemand, of wacht, daar komt iemand aan, ik geloof dat het Van Waarst is, ja hoor, het is hem. En z’n vrouw loopt achter hem –
– Is dat alles? – vroeg Anton geïrriteerd.
– Als er eenmaal één schaap over…..-
– Jajaja, hou maar op met je praatjes, Jaap –
– Wacht, er komen er nog drie aan –
Van Waarst en zijn vrouw, die haar handtas stevig tussen haar bovenbenen geklemd hield, namen plaats op de eerste rij voor de kansel en de andere drie volgden kort daarna. Er werd wat geknikt en gemompeld en na een half uur wachten sloot Jaap de deuren ten teken dat Anton maar moest beginnen. ‘We zijn tenminste met z’n zevenen’ dacht Anton en begon met een diepe zucht aan zijn zo zorgvuldig voorbereide preek, die door de omstandigheden lang niet zo vurig klonk als die was geschreven. Gelukkig zag hij dat de vijf volgers en Jaap af en toe instemmend knikten. Hij liet veel minder dreigende stiltes vallen dan normaal en was dan ook na nog geen zes minuten klaar.
– En zo zal het zijn!!! – riep hij toch nog vrij krachtig en liep van de kansel naar het jassenrek en nodigde de aanwezigen uit om naar hem toe te komen om zich in de zwarte gewaden te laten hullen.
– Moeten we hier wel mee doorgaan? – fluisterde hij naar Jaap, toen hij hem de cape opzette.
– We zijn het aan God verplicht, Anton. We zijn met zeven! Vergeet de kruizen niet. Ga jij maar voor. – antwoordde Jaap zachtjes en ze verlieten alle zeven achter elkaar lopend de kerk om richting het buurthuis te gaan, toen daar plotseling met hoge snelheid een felrode auto de kerkstraat in kwam rijden die vlak voor de zwarte stoet tot stilstand kwam.
Het portier zwaaide open en Tilly stapte opgewonden uit en liep recht op haar man af:
– Anton Verwijs, – schreeuwde ze – waar ben je mee bezig? Hou onmiddellijk op met die gekkigheid! –
Ze liep op hem af, trok niet zachtzinnig de cape en het gewaad van zijn lichaam, gooide het kruis een paar meter verder op de stoep en duwde hem met kracht op de passagierstoel van haar felrode auto. Met kordate stappen liep ze om naar de bestuurderstoel en voordat ze instapte riep ze naar de zes overgebleven zwarte figuren:
– Stelletje dwazen, ga toch lekker schaken in plaats van anderen lastig te vallen met je gedram! –
Tilly keerde de auto, want de kerkstraat liep immers dood en reed met dezelfde snelheid waarmee ze was gekomen, de kerkstraat en het dorp uit.
Een half uur later kwam Van Waarst samen met zijn vrouw het buurthuis binnen, dat helemaal vol zat met schakende mensen. Boer Rustenburg liep op de teneergeslagen Van Waarst af en legde bemoedigend zijn hand op zijn schouder en om hem te troosten zei hij:
– Weet je wat het is, Van Waarst? De dame wint het uiteindelijk altijd , zelfs van God. Kom, dan leer ik je het spel –