Gedachteloos

Een overvloed aan onheil
Springtij van gevaar
maakt mijn lippen zout
mijn longen benauwd

Ik verlang naar een plakstift
naar uitgeknipte boerderijdieren
naar kleurpotloden
en sprookjes om in te kleuren

Ik wil eindeloos kralen rijgen
puzzelstukjes passen
uien pellen voor een kazerne
om stil door mijn tranen te staren

Even mijn adem oefenen
in het ritme van vissenlippen
en niets voelen
niets denken