Voordeel van marktwerking in de zorg
Donders, waarom zit mijn leven toch vol met dit soort buitenissigheden? Dat mij dat nu weer moet overkomen. Sta ik ingepland voor een grote operatie over 3 weken, 22 september om precies te zijn, omdat ik kanker heb, is het opeens over. Ik merkte het vanmorgen, meteen bij het opstaan: niks geen kanker meer, ik voel me prima! Daar gaat de hele planning. Maar dat krijg je er ook van als ze je zo lang laten wachten.
Ik poets mijn tanden en neem me voor meteen de chirurg op te bellen om die hele operatie af te zeggen. Ik had er toch al geen zin in.
Maar nu ik mijn overhemd aantrek, bedenk ik toch nog iets anders: wat als het nu binnen 3 weken weer terugkomt? Het is onwaarschijnlijk, dat weet ik wel, maar theoretisch zou het kunnen. Dan zetten ze me vast weer achteraan op de wachtlijst en moet ik weer 8 weken wachten! Nee, ik moet slim zijn.
Ik trek mijn broek aan en neem mijn besluit: ik zeg het nog niet af. Ik heb een veel beter plan. Een beetje gniffelend van de voorpret loop ik naar beneden de keuken in om een kopje koffie te maken. Ik zie al helemaal voor me hoe het zal gaan op 22 september, de dag van mijn operatie.
In de operatiekamer is het een drukte van jewelste, iedereen is druk met de voorbereiding. Een zuster is bezig met de beademingsapparatuur, een andere zuster spreidt een nieuw en schoon vloeipapier uit op het operatiebed, de anesthesist controleert wat slangen en de operatieassistente rangschikt netjes alle messen, tangen, klemmen en dergelijke op de instrumentariumtafel, alles keurig op volgorde. In de deuropening kijkt de chirurg van een afstandje streng toe. Hij loopt naar de tafel met instrumenten, legt een kniptang recht en wisselt hoofdschuddend twee puntmessen om en vraagt: “Waar blijft meneer Bruins? Heeft iemand hem al gezien?”
De operatieassistente kijkt verschrikt op en werpt een vragende blik op de zuster bij het operatiebed. Deze trekt echter haar schouders op ten teken dat ze het ook niet weet. De anesthesist kijkt verstoord naar de operatieassistente, want die is verantwoordelijk. Het zal hem toch niet gebeuren dat hij zich hier voor niks staat uit te sloven! Er ontstaat grote verwarring en er wordt met de ziekenzaal gebeld. Precies op dat moment kom ik binnen lopen.
-“En wie bent u? Wat komt u doen?”- vraagt de chirurg, die al behoorlijk geïrriteerd is.
-“Bruins, aangenaam”- en ik steek mijn hand uit. Werktuigelijk neemt de chirurg mijn hand aan en kijkt me ongelovig aan.
-“Van de Poel is de naam, maar waarom bent u nog aangekleed?”-
– “Ik kom me even afmelden, het gaat niet door.”- zeg ik hooghartig glimlachend. In mijn ooghoek zie ik hoe de anesthesist in ontzetting zijn hoofd naar achteren werpt en zijn handen ontredderd in de lucht steekt.
– “Het heeft veel te lang geduurd en nu ben ik vanzelf beter geworden. Ik ben genezen en heb uw hele operatie niet meer nodig!”- De ogen van de chirurg worden groot. Ik laat zijn hand los en draai me om en verlaat het toneel, iedereen in ontsteltenis achterlatend.
Oh, wat geniet ik hier van!
Die marktwerking in de zorg is voor mij echt een zege! Ik schrik op uit mijn overpeinzingen als mijn vrouw de keuken binnenkomt en voel me betrapt. Ik neem snel het laatste slokje koffie.
-“Is er iets?”- vraagt ze achterdochtig. Ik schud heftig van nee. Ik moet haar het goede nieuws nog maar even niet vertellen. Ze kan soms zo onstuimig reageren.