Mijn openbaring

Wat ons hier allemaal verbindt, al vanaf het moment van onze verwekking,  is de naderende dood. Een vriend gaf me eens het volgende advies:
– “Schrijf niet als een politicus. Beloof de lezer niet eerst gouden bergen en doe er dan steeds iets van af, nee, hanteer het omgekeerde principe: elke zin moet beter zijn dan de vorige. Schrijf als een belegger in taal.”
Volgens dit principe dat ik al enige tijd hanteer,  is de eerste zin altijd de slechtste, dus van die naderende dood hoeft u niet meteen te schrikken. Het kan alleen maar beter worden.

Het is algemeen bekend dat mensen die het einde in zicht hebben, een onbedwingbare aandrang hebben om met allerlei alledaagse, doodse en zinloze bekentenissen op de proppen te komen. Maar soms zijn er ook bijzondere openbaringen bij. Ik heb besloten ook een duit in het zakje te doen met een openbaring.

Wie echter graag wil weten of deze auteur ooit een scheve schaats heeft gereden, wie wil horen dat de auteur zijn nichtje al dan niet heeft vermoord, wie wil lezen dat de schrijver waarvoor u zoveel bewondering heeft eigenlijk een misselijke bedrieger en dief is, wie wil lachen om een opschepper die bekent helemaal geen clubkampioen te zijn geweest van de schaakvereniging ‘Botwinnink’ in Moskou, kortom, wie houdt van sappigheid, die kan dit verhaal beter niet uitlezen.  

De reden dat ik mij ook heb verlaagd tot het schrijven van een openbaring is dat de dood mij op de hielen heeft gezeten. Gelukkig keek ik bijtijds achterom. Ik ben slalommend naar het Anthony van Leeuwenhoek ziekenhuis gerend alwaar ik liefdevol werd opgenomen. Over dit ziekenhuis heerst het misverstand dat het de dood zou omarmen. Niets bleek minder waar. Er verlaten meer mensen levend dit gebouw dan dood, zeggen de statistieken. Toen ik na mijn operatie nog wat lag na te dommelen op de ziekenzaal, stak de dood toch nog even zijn hoofd om de hoek van het raam. Dat moet hem een behoorlijke inspanning hebben gekost, want ik lag op de vierde verdieping. Maar ik kon gelukkig een lange neus naar hem trekken en met een chagrijnig gezicht droop hij af. En toen had ik mijn openbaring al geschreven:

Eigenlijk heb ik veel meer met getallen dan met woorden. Van jongs af aan houd ik al van getallen, kille kale cijfers, feiten, feiten, feiten. Lekker ongecompliceerd. Vooral het getal 6 spreekt me aan omdat het zoveel potentie heeft. Als je de 6 omdraait, is het opeens anderhalf keer zoveel waard. Dat noem ik nog eens rendement. Kom daar tegenwoordig op de beurs nog eens om! Zelfs de profeet Johannes, toch een man van het Woord, heeft het al over het getal 6, drie stuks maar liefst. In het laatste en raadselachtigste boek van de Bijbel, ziet Johannes in een visioen twee monsters, een ‘beest uit de zee’ en een ‘beest uit de aarde’. Het beest uit de aarde is te herkennen aan een getal: 666. Het Beest uit de Aarde wordt van oudsher geïdentificeerd met de antichrist, wiens verschijning het einde der tijden inluidt. Ik citeer:

‘En het [beest uit de aarde] maakt, dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd, en dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft. Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, berekene het getal van het beest, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zesenzestig.’ (Openb. 13:16-18)

Tja, zo kan ik ook schrijven…..ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik begrijp er niets van. Maar omdat het over een getal gaat, ben ik toch geneigd het serieus te nemen. Elke ochtend na het douchen controleer ik voor de zekerheid mijn voorhoofd en rechterhand op de aanwezigheid van een merkteken. Tot nu toe gaat het goed. Ik had besloten een boek te schrijven met 30 korte verhalen, maar omdat 30 een veelvoud van 6 is, maak ik er 31 van. En dat 31e verhaal bent u nu aan het lezen! Een opzienbarende openbaring, niet?

Als u op enig moment dit boek van mij gaat kopen, wil ik u met klem verzoeken er minstens 7 of meer te kopen,  desnoods 5, maar vooral geen 6!  En al helemaal geen 666! Dat is toch niet teveel gevraagd….? En denkt u nu niet slim te zijn om er toch 6 te kopen in de hoop dat als u thuis komt en de boekjes omdraait het er plotseling 9 blijken te zijn. Zo werkt het niet in de neoliberale wereld van boekenland. Daar is het eerder andersom: u koopt er negen en bij thuiskomst blijken het er 6 te zijn. Wat ik eigenlijk wil zeggen: koop er veel, maar geen 6, geen 9, geen veelvoud van 6 of 666. Koop er veel, niet om mijn schamele pensioen aan te vullen, maar omdat ik heus wel weet dat u de volgende dag, nog voordat u het gelezen heeft, het boek gaat uitlenen aan een of andere vage kennis waarvan u zeker weet dat hij het nooit meer terugbrengt. Maar zo gemakkelijk komt u er niet van af. U koopt er zoveel als u vage kennissen heeft, plus 1, maar geen 6, noch een veelvoud daarvan. En als u bang bent dat u al die boeken niet kwijt zal raken aan die vage kennissen, vertel er dan bij dat dit geen gewoon boek is, maar een kettingboek. En wie de ketting verbreekt, wacht een wisse dood, of in ieder geval veel ongemak, als u die wisse dood iets te ver vindt gaan (ach, marketing is zo simpel). En het laatste boekje, uw eigen exemplaar, legt u naast uw bed op het nachtkastje. En ik voorspel u: er komt een nacht dat u zal zeggen – “had ik het maar eerder gelezen”- . Maar vermoedelijk ben ik er dan niet meer.

Ik heb nu eenmaal problemen met die naderende dood. Een vriend vertelde me vlak nadat hij zelfmoord had gepleegd: “Toen ik op de treinrails stond had ik geen angst voor de dood, wel voor de naderende trein”.  

En nu zou eigenlijk mijn laatste zin moeten volgen, maar omdat ik geen betere kan verzinnen dan de vorige, moet ik het hier maar bij laten.