Harde cijfers van het CBS

Opeens wilde ik het weten: hoe staat het er nu eigenlijk voor met onze bevolking?  Je hoort zulke rampzalige verhalen, de laatste tijd, over vergrijzing en bevolkingsafname en zo. Ik kan niet ontkennen dat mijn oprispende belangstelling voor deze problematiek te maken heeft met eigenbelang. Ik ben tenslotte al 71. Ik moet aan de betaalbaarheid van mijn thuiszorg gaan denken, net als al mijn babyboom generatiegenoten. Dus hoe zit dat met mijn AOW en pensioen?

Daarom ben ik van de week maar eens langs gegaan bij het CBS, het centraal bureau voor de statistiek. Daar wordt  alles bijgehouden.  Ik was er nog nooit eerder geweest, maar het gebouw is eenvoudig te vinden. Het is een indrukwekkend groot complex en je zou verwachten dat er een afstandelijke, koele sfeer zou heersen. Tenslotte is alles daar toch gericht op feiten. Maar de werkelijkheid is anders. Ik werd uiterst vriendelijk ontvangen aan de balie door een knappe jongedame met een stemmig hoofddoekje.
–  Kan ik u ergens mee helpen?- vroeg ze, beleefd en tegelijkertijd innemend glimlachend.
– Ja, ik wil alles weten over onze bevolking. Wat is er nu precies aan de hand en wat zijn de
verwachtingen? Ik wil het naadje van de kous weten, dus ik zoek een zeer bekwaam persoon.-
– Maar meneer, dat staat toch allemaal op onze website?!-  antwoordde ze.
 Meteen pakte ze een stukje papier en begon het adres voor me op te schrijven.
– Nee, nee, nee! Ik wil iemand spreken. Ik wil het uit de mond van een mens horen. Van een bekwaam iemand. Het liefst sprak ik de directeur zelf. Het gaat wel om mijn thuiszorg, mevrouw! Wilt u hem nu even bellen!-
Ik weet zo langzamerhand wel hoe ik in dit soort situaties moet handelen. Als je niet op je strepen staat, bereik je nooit wat. En het hielp.

Ze leek heel even overdonderd, maar na een paar seconden herpakte ze zich. Ze toverde weer een prachtige glimlach tevoorschijn.
– Ja, natuurlijk, ik begrijp het. Een ogenblik alstublieft-
Ze stond op en liep naar een deur achter de ontvangstbalie, waardoor ze even uit het zicht verdween. Na een minuut of twee kwam ze terug, breeduit glimlachend, zelfs een beetje gniffelend. Tja, ik begreep dat wel, want zo’n meisje komt niet elke dag bij de directeur natuurlijk.
-De directeur kan u ontvangen, meneer-, zei ze, nog een beetje nagenietend –rechts deze gang in, kamer 112. Hij wacht op u-. Met een gestrekte arm wees ze me de richting.

-Koffie zeker? -, zei een zware stem.
Ik had de deur van kamer 312 nog maar op een kier en keek verbouwereerd om de hoek. Ik zag meteen dat het een man naar mijn hart was. Zijn gezicht straalde strengheid uit, maar zijn postuur getuigde van de gezellige levensgenieter die hij ongetwijfeld was. Zijn T-shirt verborg de contouren van een omvangrijke buik, die nog leek op te zwellen toen hij ging zitten achter het bescheiden bureau. Ik mocht hem nu al. Ondanks zijn zwaarwegende en belangrijke functie, is hij heel gewoon gebleven in zijn goedkope jeans, in  zijn vuilwitte T-shirt, achter zijn kleine bureau en in zijn sobere kantoortje.
-Ja, graag koffie. Hoe wist u dat?
-Ach meneer, hier weten wij alles. Statistisch gezien was er een kans van 96% dat u voor koffie zou kiezen. Ik ken uw dossier-
Met zijn rechterhand wees hij naar het kopje koffie, dat voor me stond te walmen. Hij maakte een licht gebaar naar het potje met suiker en de melk, wat onderstreepte dat hij zich goed had verdiept in mijn dossier. En dat in twee minuten!
– Steur….aangenaam-
Hij reikte mij de hand en keek me vragend aan.
– Oh, eh….Bruins- zei ik snel.
– Goed meneer Bruins , wat is de reden van uw komst? Laat me raden….verzorgingszorgen zeker?-
Ik knikte overdonderd. Deze man was een genie.
– U bent nu in de zeventig en vraagt zich af hoe dat moet? Afnemende bevolkingsgroei…..minder geld in het AOW-laatje…enzovoorts, nietwaar?-
Ik trok een verontschuldigend gezicht. Hoe kon ik deze druk bezette man nu lastig vallen met mijn eigen, kleine beslommeringen, terwijl hij de zorg had over de gegevens van 18 miljoen mensen? Maar hij zag mijn bedenkelijke gezicht en ging voortvarend verder:
– Kom kom, maakt u zich niet druk. Ik kan het wel even uitleggen. Veel tijd heb ik niet, maar voldoende voor uw problematiek. Het is alledaags. Ik krijg gemiddeld per dag 111 keer deze vraag. In 0,001% van de gevallen komen de mensen hier persoonlijk langs voor het antwoord, zoals u nu doet. Via de telefoon beantwoorden we deze vraag in 6,7 % van de gevallen, terwijl 92,4% via de website gaat. Kernvraag is: zijn er over 10 jaar voldoende Nederlanders om ons pensioen en AOW te betalen, zodat u voldoende zorg kunt inkopen nietwaar?-
Ik kon alleen maar bevestigend knikken.

-Dat hangt er van af…. – Hij keek me verwachtingsvol aan, alsof hij wilde peilen of ik wist waar hij op doelde. Omdat ik dat niet wist, vroeg ik, tamelijk gedwee:
– Kunt u zeggen waar vanaf, meneer Steur? –
– Ik wist wel dat u dat zou vragen. Honderd procent van alle mensen doet dat. Maar goed, dat hangt af van de bevolking van Antarctica. Heeft u een momentje?  Ik ben iets vergeten –
Zonder mijn antwoord af te wachten, pakte hij zijn mobiele telefoon uit zijn zak, drukte wat toetsen in  en wachtte tot een stem aan de andere kant zich meldde. Ik pijnigde mijn hersenen over zijn laatste opmerking, die over Antarctica, maar werd afgeleid door de indringende, zware stem van de directeur:
– Ja Vergeer, met Steur hier, de directeur. Wil je even noteren dat Kees van Zanen, je weet wel, van die groentezaak, hoe heet die ook alweer? ….ja, de Paprika in Leiden….dat hij die partij Roemeense tomaten allemaal verkocht heeft…..ja, precies…100%….heel belangrijk voor de parallelle importcijfers….dank je wel, Vergeer –
Hij stak de telefoon weer in zijn zak en verzuchtte, een beetje verontschuldigend, alsof ik hem had betrapt op een fatale fout:
– Als je dat niet meteen doet, vergeet je het zo……Maar waar waren we gebleven? Oh ja… Antarctica dus. Daar hangt het allemaal vanaf. Kijk, het zit zo…. – en meneer Steur leunde achterover in zijn stoel om er eens goed voor te gaan zitten en vervolgde:
– Als je kijkt naar onze huidige bevolkingssamenstelling, valt op dat de autochtone bevolking niet groeit, maar afneemt. Van de Nederlanders moet u het dus niet hebben, meneer Bruins . En hoe komt dat, zal u willen vragen, nietwaar? Het antwoord is simpel en tweeërlei. Ten eerste hebben de Nederlandse mannen slecht zaad – De heer Steur pauzeerde even om mijn reactie op te nemen, maar ging snel verder toen hij mijn wazige blik zag.
– Ja, slecht zaad. Zo banaal is het. Maar het is een feit, want we hebben het onderzocht. Bij 52,6 % van de autochtone mannen is haperend zaad geconstateerd. Dat is meer dan de helft meneer Bruins! En dan zijn er ook nog de cijfers over het copuleergedrag van de Nederlanders. Nou, daar wordt een rechtgeaarde Nederlander ook niet vrolijk van. Plat gezegd doet de gemiddelde Nederlander ‘het’ gewoon veel te weinig. Wist u dat een man in de leeftijdsgroep van 23-28 jaar, de meest vruchtbare periode voor de man met slecht zaad, gemiddeld maar 587 keer de daad verricht? Dat staat in schril contrast met 1234 keer van de allochtone man van dezelfde leeftijdsgroep. En dat terwijl het allochtone zaad ook nog eens van veel betere kwaliteit is!!!  Dus u begrijpt dat uw pensioen niet veilig is bij de autochtone Nederlanders….! –
De heer Steur pauzeerde weer even en staarde naar zijn handen die met de palm naar beneden gericht op het bureau rustten. Hij keek bedenkelijk. Hij leek echt bezorgd te zijn en ik kreeg een ongemakkelijke gevoel. Ik wilde net besluiten om maar onmiddellijk een euthanasieverzoek in te dienen bij mijn huisarts, toen de heer Steur verder ging:
– Maar gelukkig neemt het aantal allochtone inwoners wel drastisch toe. Dat kan onze redding zijn, meneer Bruins. De komende decennia zal de allochtone bevolking naar verwachting sterk groeien, verwacht wordt dat er in 2050, afgerond op tientallen, ca. 6,399840 miljoen allochtonen in Nederland wonen. Dat komt neer op 30,7 % van de totale bevolking. Op zichzelf zijn dat goede vooruitzichten, maar het is ook nog van belang waar die allochtonen vandaan komen. Bij allochtonen dreigt altijd het gevaar van inteelt als de groep immigranten klein is, of als er onvoldoende wordt gemengd, bedoel ik. Voor een gezonde immigratie heb je  dus een goede neerslag van de gehele wereldbevolking nodig. En daar zit nu juist het probleem. En dan kom ik op Antarctica….. –
Weer zweeg hij even. Hij keek me aan met een blik van verstandhouding. Ik voelde me gevleid. Deze geniale man ging er van uit dat ik hem begreep, dus wijselijk liet ik niets merken. Ik knikte zorgelijk en trok een zuinig mondje, maar zei niets. Gelukkig ging meneer Steur snel verder.
–  De Antarcticanen blijven sterk achter. Vorig jaar wezen de cijfers zelfs uit dat er geen enkele Antarcticaan ons land is binnen gekomen. Niet eens voor een korte vakantie, laat staan om te immigreren. De politiek moet ingrijpen, want anders gaat het fout. Om te beginnen moet er een Antarcticaans verkeersbureau komen….en natuurlijk een ambassade! En de reisorganisaties moeten er op inspringen. Ik heb VakantieDiscounter al getipt. Want daar begint het vaak mee, een simpel reisje. Als de Antarcticanen zien hoe goed wij het hier voor elkaar hebben, bijvoorbeeld hier, op het CBS, dan krijgen we ze wel over de dam. Daarom houden we hier regelmatig rondleidingen voor Antarcticanen. Helaas wordt er nog onvoldoende op ingetekend, maar we werken er aan, meneer Bruins. Dus het komt wel goed. En nu moet ik weer aan het werk –
Plotseling stond hij op en kwam achter zijn bureau vandaan. Hij knikte nog even vriendelijk ten afscheid en verdween razendsnel door de deur naar buiten, mij in verwarring achter latend.

Ik bleef nog heel even op mijn stoel zitten om het allemaal goed tot me te laten doordringen. Wat een informatie had ik gekregen in die korte tijd!  Het had al met al nog geen kwartier geduurd. En wat een geweldige kerel was die Steur toch. Zo overtuigend! En hij was positief geëindigd. ‘Het komt wel goed’, had hij toch gezegd! Uiteindelijk stond ik op en nog enigszins beduusd liep ik terug naar de ontvangstbalie. Onderweg keek ik even naar rechts, waar een grote koffieruimte bleek te zijn. ‘Kantine’…..stond er op de deur. En ik zag in het voorbijlopen nog net hoe meneer Steur achter het buffet bezig was om de afwasmachine uit te ruimen. Wat een kerel! Zo geniaal, en toch zo gewoon gebleven.