Stemmingen
Door mijn hoofd huppelt Vivaldi
Ik weet ook niet hoe dat komt
Er hippen merels door mijn tuin
Ik probeer ze weg te fluiten maar ze storen zich niet aan mij
Wat een vrolijke heer, denken ze zacht en heimelijk gniffelen ze
Vanmorgen stond ik op als een tiener die s ’avonds naar het concert van zijn idool zal gaan
Vandaag zal niemand honger lijden, niemand sterven, dat past nu gewoon niet in mijn brein
Vanmiddag liep ik loom en lui met de hond te kwispelen
Mijn gedachten stonden stil, leeg leek ik van geluk
In de invallende avondkoelte at ik met smaak mijn zelfgemaakte pasta op het tuinterras
Onrust kondigde zich aan door het zachte burengeroezemoes in mijn oor
In de stilte van de nacht draai ik van zij op zij als een kip aan het spit
In mijn dromen zal het stormen, maar soms is er het oog Er klinkt een slotakkoord en de merels schuilen in de heg
Terugfluiten laten zij zich niet